Van doolhof naar toekomstpad

Na jaren in de bak weer aan de bak, het is een enorme uitdaging voor veel van de 27.000 mensen die jaarlijks in Nederland vrijkomen. Een cv hebben ze namelijk niet, geen relevante werkervaring, geen verklaring van goed gedrag en ook geen betrouwbaar netwerk waar ze op kunnen terugvallen.

Bovendien sluit de hulp díe er is, vaak niet aan bij wat ze echt nodig hebben. En ondertussen is het aanvragen van zoiets basaals als een bankpas en het regelen van verzekeringen een krachttoer. Probeer dan maar eens de juiste keuzes te blijven maken. Daarom staken allerlei partijen die betrokken zijn bij de re-integratie van ex-gedetineerden de koppen bij elkaar op donderdag 27 november in Alphen aan den Rijn.

De bijeenkomst vond plaats bij Rijnvicus, het ontwikkelbedrijf van Alphen aan den Rijn dat zich richt op het begeleiden naar werk van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Het was een initiatief van Start Foundation en de Landelijke Cliëntenraad, de belangenbehartiger van mensen die voor werk en inkomen afhankelijk zijn van de Nederlandse overheid. Centraal stond de toekomst van BBA-trajecten. BBA staat voor Beperkt Beveiligde Afdeling. Dit is een afdeling waar gedetineerden in de laatste fase van hun straf buiten de poort van de gevangenis kunnen werken, terwijl ze nog binnen de poort slapen. Mooi detentiebeleid met goede intenties, maar er is nog ruimte voor verbetering.

Levendige discussie

Onder leiding van dagvoorzitter Marlies Leupen, discussieerden tal van partijen over het functioneren van de BBA-trajecten. Zoals het ministerie van Justitie en Veiligheid, bestuursmedewerkers van penitentiaire inrichtingen, vertegenwoordigers van Sociale Zaken en de arbeidsmarktregio, afgevaardigden van de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de gemeente Alphen aan den Rijn, werkgevers en casemanagers die gedetineerden begeleiden. Maar ook twee ex-gedetineerden die zelf kortgeleden het BBA-traject doorliepen. Dat zorgde voor verhelderende inzichten in wat werkt én wat beter kan.  

De belangrijke lessen uit de levendige gesprekken van donderdagmiddag zetten we voor je op een rij:

  1. Wetswijzigingen zorgden voor onduidelijkheid
    Met de invoering van de BBA in 2021 vervielen oude regimes en werden de (Zeer) Beperkt Beveiligde Inrichting (ZBBI en BBI) opgeheven. De mensen die op dat moment al in de ZBBI zaten werden automatisch overgeplaatst naar de BBA, zelfs als ze niet aan de nieuwe criteria voldeden. Daarnaast verschilden de regels per situatie. Dat zorgde voor verwarring. Niet alleen onder gedetineerden, ook onder professionals uit het werkveld. Het was vaak ook onduidelijk wie nu precies in aanmerking kwam voor de BBA en wanneer. Die termijn hebben gedetineerden graag helder, daarom is het belangrijk dat casemanagers weten hoe ze deze moeten berekenen en dat daarover duidelijk gecommuniceerd wordt.

  2. Actief informeren belangrijk
    Tijdens de bijeenkomst blijkt dat gedetineerden vooral van elkaar horen over de BBA. Hierdoor zijn ze zich er vaak niet van bewust dat hun gedrag vanaf dag één bepaalt of ze in aanmerking komen voor de BBA en aan welke voorwaarden ze daarvoor moeten voldoen. Dit staat wel in een informatiemap die ze bij aankomst in de gevangenis krijgen, maar hiermee blijkt door gedetineerden vaak weinig tot niets te worden gedaan. Logisch, volgens diverse aanwezigen, daar staat je hoofd niet naar op de dag dat je vast komt te zitten. Daarnaast benadrukt de Cliëntenraad dat het belangrijk is om deze informatie passend aan te bieden. Een gesprek werkt naar alle waarschijnlijkheid beter dan informatie op papier. Het advies is om de informatievoorziening niet alleen via de penitentiaire inrichting, maar ook via bijvoorbeeld Gevangenenzorg Nederland te laten lopen. De penitentiaire inrichting wordt door gedetineerden namelijk vaak gezien als de straffende partij. Dit zorgt voor weerstand.

  3. Procedures vereenvoudigen
    Niet alle gedetineerden komen zomaar in aanmerking voor de BBA. Hiervoor moeten ze aan tal van veiligheids- en gedragscriteria voldoen. Ze moeten bovendien laten zien dat ze actief aan hun re-integratie werken. De aanwezigen vinden dit begrijpelijk, maar zien ook dat de procedures erg complex zijn. Het loont volgens hen de moeite om te kijken of ze te vereenvoudigen zijn.

  4. Compensatie lagere productiviteit
    De aanwezige werkgevers benadrukken dat zij hun nek uitsteken door ex-gedetineerden uit de BBA een baan aan te bieden en dat alle risico’s nu voor hen zijn. Ze vinden dat hier een bepaalde inzet van ex-gedetineerden tegenover mag staan. Daarnaast vinden ze het goed als er gekeken wordt naar een oplossing voor de eerste maanden na de detentie. “Mensen zijn dan vaak nog niet 100% productief, maar krijgen wel graag normaal betaald. Logisch, ze willen weer in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Ze zonder salaris aan het werk zetten is gedoemd te mislukken. Dan is de verleiding te groot om toch weer te kiezen voor het snelle geld”, benadrukt één van de ondernemers. Werkgevers zien dus wel het belang van een normaal inkomen voor deze medewerkers, maar vragen zich af of meer ondersteuning vanuit de overheid mogelijk is voor de maanden dat mensen nog niet volledig productief zijn.  Bijvoorbeeld in de vorm van jobcoaching en een loonkostensubsidie zoals die binnen de Participatiewet beschikbaar zijn voor mensen met een uitkering.

  5. Kennisdeling kan veel verschil maken
    Werkgevers vinden het prettig als ze meer zicht krijgen op de basisvaardigheden en ambitie van ex-gedetineerden. De eerdergenoemde informatiemap die bij de start van de detentie wordt uitgereikt kan hiervoor nuttig zijn. Hierin wordt immers ook bijgehouden hoe een gedetineerde zich ontwikkelt en wat iemands aandachtsgebieden en sterke kanten zijn. Voor werkgevers is dit waardevolle informatie.
    Een medewerker van Gevangenenzorg Nederland merkt daarnaast op dat het ook goed is als  casemanagers die al jaren gedetineerden begeleiden meer ruimte krijgen om hun kennis te delen. “Er zijn casemanagers met een schat aan ervaring. Die tekenen het hele BBA-traject zo uit. Als ze die kennis kunnen delen, hoeven startende casemanagers niet steeds opnieuw het wiel uit te vinden.”

  6. Jobcoaching wenselijk
    De stap naar werken na jarenlange detentie blijkt vaak groot, daarom zou jobcoaching in de eerste maanden dat mensen weer aan de slag gaan goed zijn. Het zorgt ervoor dat ze sneller voor 100% productief zijn en kan voorkomen dat ze binnen de kortste keren toch afhaken.  Voor het bekostigen van die begeleiding is uiteraard geld nodig. De gemeente of het UWV zou mogelijk uitkomst kunnen bieden. Die middag blijft de vraag wie die bal oppakt. De betrokken partijen willen erover nadenken hoe hun dienstverlening BBA’ers kan ondersteunen. Bijvoorbeeld vanuit de Regionale Werkcentra.

  7. Onvoldoende match tussen vraag en aanbod
    Volgens het BBA-beleid bevindt een BBA-werkgever zich idealiter in de buurt van de plaats waar iemand zich na detentie wil vestigen. Dan kan diegene na vrijlating immers bij deze werkgever blijven. Vaak is dit nu helaas niet zo. Daarnaast is er het probleem dat BBA-kandidaten geen eigen vervoer hebben en dat zijzelf of hun werkgever de kosten hiervoor moeten dragen. Ook hiervoor zal een oplossing moeten worden gezocht als BBA-locaties verder van de penitentiaire instelling af liggen. Afgezien daarvan is het natuurlijk goed als werkgevers nadrukkelijker gestimuleerd worden om meer banen voor BBA’ers te creëren.

Pilot ‘Met een baan naar buiten’

Om voor al deze barrières een oplossing te vinden en om ervoor te zorgen dat mensen aan het eind van hun detentie gemakkelijk bij een passende werkgever kunnen landen, start binnenkort de pilot ‘Met een baan naar buiten’ van Gevangenenzorg Nederland en Rijnvicus. Met dit experiment wil Rijnvicus een springplank zijn voor de regio waarbij ze een nieuwe doelgroep bedient: gedetineerden in de BBA uit de PI Alphen. Bas te Riele, senior werkgeversadviseur van Rijnvicus: “We willen er vooral voor zorgen dat gedetineerden niet meer zolang hoeven te wachten voor ze voor een BBA-plek kunnen solliciteren. Op basis van werksessies met zestien werkgevers uit de regio gaan we zorgen voor een hub waar zij zich kunnen ontwikkelen en waar werkgevers binnen kunnen lopen om hen te ontmoeten. Alles hiervoor staat nu in de startblokken.” Marinus Offermans, adviseur arbeidsintegratie Gevangenenzorg Nederland. “We helpen ex-gedetineerden graag aan een baan waarin ze verder willen, dan is de behoefte om van werkplek te wisselen er namelijk minder snel.”

Rijnvicus en Gevangenenzorg Nederland kunnen gedurende de pilot rekenen op de steun van Start Foundation. Deze maatschappelijk investeerder bracht de partijen ook bij elkaar. “We gaan kijken of we het instrumentarium dat nu binnen de Participatiewet gebruikt wordt, kunnen inzetten om mensen de ruimte te geven om vanuit hun detentie geleidelijk naar een betaalde baan te groeien. Dat is namelijk ook in het belang van werkgevers.”, licht Yvette Koedijk, projectleider van Start Foundation, toe. “Daarnaast kijken we of de pilotopzet werkt en schaalbaar is. Ondertussen gaan we met de arbeidsmarktregio en de penitentiaire inrichting in Alphen aan den Rijn in gesprek over de beste manier om beschikbare financiële middelen in te zetten, zodat er een infrastructuur komt die het voor gedetineerden mogelijk maakt om een passende baan te vinden in de regio.”