Column Loubna:  Ik was ooit een datapunt 

Statistiek is de taal van beleid. Cijfers lijken objectief, neutraal, betrouwbaar. Ze geven orde aan de chaos van de werkelijkheid, althans, dat denken we graag. Maar achter elk percentage, elke grafiek, elke “doelgroep” schuilt een mens van vlees en bloed. En soms verplettert die statistiek precies de mensen die ze pretendeert te helpen.

In de statistieken was ik een aantal jaren geleden een Marokkaanse alleenstaande moeder in de bijstand. Voor mij bleek er speciaal beleid. Het wrange is dat het beleid het goed bedoelt. De trajecten zijn ontworpen om mensen sneller aan werk te helpen. Maar “succes” betekent in de statistiek iets anders dan in het echte leven. Succes is uitstroom, niet voldoening, efficiëntie, niet groei. En dus kreeg ik een traject dat volgens de cijfers kansrijk was, maar voor mij zinloos voelde. Ik had een kind jonger dan 5 jaar en besloot een vrijstelling van sollicitatieplicht aan te vragen, een wettelijk recht dat alleenstaande ouders met kinderen onder de 5 jaar kunnen krijgen. Ik wilde deze tijd benutten om een opleiding te gaan volgen om mijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten en iets te vinden wat past bij mijn talent en ambitie. En vooral bij mijn persoonlijke situatie als alleenstaande moeder van 6 jonge kinderen. De tegenwerking die ik kreeg was ongekend. Gesprekken, afwijzingen, dreigementen dat ze mijn uitkering zouden stoppen en zelfs surveillance, want mijn inkomstenconsulent kon niet geloven dat ik het allemaal alleen deed. Dat was de enige aanleiding om mij te laten volgen, haar ongeloof dat mijn veerkracht blijkbaar groter was dan die van haar. 

Ik kreeg uiteindelijk toestemming om een universitaire opleiding te volgen. En toen kreeg ik een andere participatiecoach. Het gesprek met die coach vergeet ik nooit meer. Wij hebben een ander traject voor jou. Die houdt in dat je 3 maanden koffie gaat drinken met een coach, samen met andere vrouwen. En die coach gaat jou helpen aan een baan op Mbo niveau. Ik gaf aan dat ik een vrijstelling van sollicitatieplicht had en bovendien een universitaire opleiding aan het volgen was. Een baan op Mbo niveau kon ik zelf ook wel regelen. Ja, maar dit is wat we jou bieden want……jij bent een Marokkaanse alleenstaande moeder in de bijstand. JIj bent wel een hele sterke kandidaat, we zien voor jou een rol weggelegd dat je die vrouwen kan ondersteunen. Dat is wat mij werd verteld. Terwijl het reintegratiebedrijf subsidie voor mij zou ontvangen en de participatiecoach mijn casus zou kunnen afvinken, had ik hier zelf helemaal niets aan. Sterker nog, ik zou mijn tijds- en financiele investering en bovenal de toekomst van mij en mijn kinderen teniet doen, alleen maar omdat het systeem mij niet anders kon zien dan vanuit de statistieken waartoe ik op dat moment behoorde; Een Marokkaanse alleenstaande moeder in de bijstand. 

Foto: Lotte Stachowski

Hier schuilt de giftige ironie van beleid op basis van gemiddelden: we meten ongelijkheid om haar te bestrijden, maar we versterken haar in de praktijk. De intentie is goed, data moet helpen om kansen eerlijker te verdelen. Maar de uitwerking mist menselijkheid. De cijfers zeggen niets over veerkracht, ervaring of dromen. Wat de statistiek wél zegt, is dat vrouwen zoals ik minder kans hebben op “succesvolle uitstroom” uit de bijstand. En dus krijg ik een traject dat mijn kansen volgens het systeem vergroot, maar mijn potentie verkleint. Dat is geen toeval, dat is structureel. Hoe meer we op data vertrouwen, hoe meer we vergeten dat data voortkomt uit een verleden vol ongelijkheid. De cijfers waarop beleid is gebouwd, zijn doordrenkt met de effecten van discriminatie, armoede en uitsluiting. Ze weerspiegelen niet wat mensen kunnen, maar wat hen is overkomen. Zonder besef dat wat hen is overkomen misschien wel door het goedbedoelde systeem komt. Als we dat verleden gebruiken om de toekomst te voorspellen, bouwen we een algoritme van ongelijkheid. Statistiek heeft macht. Ze bepaalt waar het geld naartoe gaat, wie “kansrijk” heet en wie niet, wie recht heeft op scholing en wie genoegen moet nemen met een standaardbaan. Maar statistiek kent geen nieuwsgierigheid. Ze vraagt niet: Wat drijft jou? Ze zegt alleen: Jij hoort bij groep X.

De oplossing is niet om de cijfers overboord te gooien, maar om ze te temmen. Statistiek moet een kompas zijn, geen kooi. Beleidsmakers moeten leren luisteren naar de verhalen achter de grafieken, naar de mensen die uit de pas lopen met de gemiddelden. Want daar, in die afwijking, ligt vaak juist het talent, de innovatie, de hoop. Ongelijkheid begint vaak niet bij kwade wil, maar bij gemak. Bij het geloof dat cijfers genoeg zeggen. Maar de werkelijkheid is altijd rijker, rommeliger, menselijker. Ik was ooit een datapunt. Nu vertel ik mijn eigen verhaal. Ik ben een Marokkaanse alleenstaande moeder, niet meer in de bijstand! 

Loubna Bakra